De kleine mus - Lost & Co
1186
page-template-default,page,page-id-1186,qode-quick-links-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,footer_responsive_adv,qode-theme-ver-13.9,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

Hij kijkt mij aan met zijn grijsblauwe ogen. Soms dwaal ik zo diep in ze weg dat hij terug voor mij staat. Dan hoor ik zijn warme, diepe stem en voel ik zijn armen om mij heen. Dan zie ik hem lachen onder zijn dikke snor, wat hij maar zelden deed. Hij was een man van weinig woorden, gepassioneerd door zijn werk. Hoewel hij weinig thuis was, weet ik dat hij dat deed voor ons. Voor zijn gezin wou hij alleen maar het beste en zijn toewijding zou ons dat geven.

 

Ik word uit mijn dagdroom gewekt door kleine armen die zich aan mijn been vastklampen en twee felgroene ogen die naar boven kijken. Ik veeg mijn tranen weg en til Julie op. Ze klemt haar benen om mijn middel en legt haar hoofd op mijn schouder. Ik heb geleerd met haar te praten via onze lichamen, want het spreken heeft ze verleerd. Haar liefde houdt me staande op dagen als deze.

 

Ik weet nog het moment dat ik haar probeerde uit te leggen waar papa was. Hoe leg je aan een kind van drie jaar uit dat er zoiets is als de dood, dat het je overvalt en mensen wegneemt die je graag ziet? Hoe leg ik uit aan een meisje dat het leven soms niet eerlijk is, dat de wereld soms een lelijke plaats is, dat ik mij soms afvraag: waarom? Die dag wandelen we buiten in het park. De zon schijnt op onze gezichten en een lichte bries omarmt onze lichamen. Ik kniel naast Julie neer en houdt haar hand vast. Ik vertel haar dat papa al heel lang weg is en dat hij niet meer zal terugkomen. Dat hij op een betere plek is nu. Haar ogen vertellen mij dat ze niet begrijpt wat ik bedoel. Ik sla mijn arm om haar middel en wijs naar boven, dat hij daar, in de hemel is. De lucht is aardeblauw met enkele mussen die boven ons uit vliegen. Terwijl ze naar boven staart, verschijnt er een lach op haar snoet.

 

Julie trekt aan de mouw van mijn trui terwijl ik aan het koken ben. Ik zie haar lip trillen en tranen over haar wangen rollen. Bezorgd vraag ik wat er aan de hand is, waarop ze mij mee naar de tuin zeult. In de verste uithoek gaat ze op haar knieën zitten en staart ze naar het gras. Wanneer ik dichterbij kijk, zie ik een klein musje met een slappe vleugel. Help hem, schreeuwen Julie’s ogen.

 

Voorzichtig til ik de kleine vogel op. Ik weet niet of hij nog te redden valt, maar de wanhoop in Julie’s lichaam verplicht me om iets te doen. Binnen leg ik hem in een schoendoos en vraag aan Julie om wat gras en takjes te verzamelen. Met haar nieuwe missie stormt ze de deur uit. Ondertussen snijd ik een zachte appel in stukjes van enkele millimeters. Voorzichtig probeer ik een stukje te doen verdwijnen in zijn bek. Daarna druppel ik er met een pipet lauw water in. Julie komt terug met zoveel gras en takjes als haar kleine handen kunnen dragen. Samen maken we een mooi nest voor onze nieuwe huisgenoot.

 

De volgende ochtend word ik wakker van een zacht getjilp uit de keuken. Julie ligt niet meer naast mij. Sinds de dood van haar papa kruipt ze elke avond bij mij in bed. Ik denk dat ze mij niet alleen wil laten. Ik sta op en ga kijken waar ze is. In de keuken zie ik mijn meisje met haar hoofd op de tafel naast de schoendoos slapen. Vertederd probeer ik het tafereel in mijn geheugen te schrijven, zodat ik dit beeld nooit meer vergeet. Ik kijk in de schoendoos en zie de mus tjilpen en bewegen. Voorzichtig schud ik Julie wakker, dat ze moet kijken, dat ze het vogeltje gered heeft. Blij kijkt ze over de rand van de schoendoos.

 

Ik heb in de dierenwinkel een klein kooitje gekocht voor het musje. Ondertussen kan hij al flink op zijn poten op en neer huppen. Het zou niet lang meer duren voor hij zou kunnen vliegen, heeft de dierenarts aan de telefoon gezegd. Dat het tijd wordt om hem weer in de natuur te laten, heeft hij ook gezegd. Een koude rilling overvalt mij, alsof ik voor een tweede maal iemands dood moet uitleggen aan Julie.

 

Ik raap al mijn moed bij elkaar wanneer Julie de vogel aan het voederen is. Ik leg haar uit dat hij een mama heeft die hem heel erg mist en wil dat hij terugkomt. Dat ik ook heel erg verdrietig zou zijn als zij verdwijnt en niet meer terugkomt. Dat we dag moeten zeggen, zodat het vogeltje weer naar zijn familie kan. Verbaasd kijk ik hoe Julie het kooitje in haar handen neemt en naar de tuin gaat. Even moet ik zelf verwerken dat we afscheid moeten nemen.

 

Ik doe het kooitje open en neem het musje in mijn handen. Julie steekt haar handen uit en kijkt me vragend aan. Ik knik, leg het vogeltje in haar handpalmen en zeg dat ze hem nu los mag laten, dat hij opnieuw zal kunnen vliegen in de lucht. Ze streelt de rug van het musje en opent haar handen. De kleine vogel slaat zijn vleugels uit en geniet van zijn hernieuwde vrijheid. Het lijkt alsof hij dankbaar nog een laatste keer naar ons omkijkt voor hij verdwijnt tussen de bomen.

 

Julie neemt mijn hand vast en zegt: “Papa is terug naar zijn mama.”